Abstract Delorge (2007)

Delorge, Martine. De constructionele ontwikkeling van Nederlandse receptieve werkwoorden: een diachrone corpusstudie. Handelingen LXI (2007).

Modern cognitief onderzoek besteedt heel wat aandacht aan de betekenis van grammaticale patronen en de interactie tussen verbale en constructionele semantiek (met de opkomst van de constructiegrammatica, bijvoorbeeld – cf. Goldberg 1995). Toch is er nog steeds een gebrek aan gedetailleerde diachrone studies. In deze lezing wil ik een bijdrage leveren tot het opvullen van die leemte door de verschuivingen en evoluties in de grammaticale mogelijkheden van vier receptiewerkwoorden in het Nederlands te onderzoeken: verkrijgen, ontvangen, verwerven en begeren.

Deze paper vertrekt vanuit de observatie dat de oorspronkelijke bezitter of bron van de ‘krijgen’-gebeurtenis in oudere fasen van het Nederlands uitgedrukt kon worden als een prepositioneel object met aan, zoals geïllustreerd in (1). Deze mogelijkheid is grotendeels verdwenen uit de Nederlandse grammatica: in het hedendaags Nederlands wordt de oorspronkelijke bezitter gewoonlijk gecodeerd door middel van een constructie met het voorzetsel van, zie (2)

(1) So vercreegh si aen onsen Heer, dat si met heme soud deelen de pine. (Leven van Sinte Christina de Wonderbare, 14de of 15de eeuw)

(2) Hij verkreeg informatie van een Pakistaan over troepenbewegingen in Kashmir. (NRC Handelsblad)
Een grondige zoektocht in de citatendatabases van het Middelnederlandsch Woordenboek en het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT) wijst op een verandering in het constructionele gedrag van verkrijgen, ontvangen, verwerven en begeren: in het Middelnederlandsch Woordenboek verschijnen deze werkwoorden allemaal in voorbeeldzinnen met een aan-constituent. In het WNT, dat materiaal bevat van de 16de tot de 20ste eeuw, worden echter geen voorbeelden van dit type meer aangetroffen vanaf de 18de eeuw. Deze vaststelling leidt ons tot de hypothese dat de aan-constructie bij deze werkwoorden ten laatste in de 17de eeuw verdwenen is.

Op basis van verschillende diachrone corpora van het Nederlands (met tekstmateriaal daterend van het Middelnederlands tot het hedendaags Nederlands) zal ik nagaan in hoeverre de corpusresultaten de data in de woordenboeken ondersteunen en tot op welke hoogte bijkomende observaties gemaakt kunnen worden over de ontwikkeling van deze receptiewerkwoorden.

Referenties

Goldberg, A.E. (1995) Constructions: a construction grammar approach to argument structure. University of Chicago Press, Chicago.
Middelnederlandsch Woordenboek. E. Verwijs & J. Verdam. 11 delen, ’s Gravenhage: Martinus Nijhoff, 1885-1952
WNT = Woordenboek der Nederlandsche Taal op cd-rom: AND Publishers, Rotterdam, 2000